Er zijn verschillende vormen van bewind die van invloed kunnen zijn op het beheer van iemands vermogen. De wet kent de volgende varianten:
- Beschermingsbewind (Boek 1): Dit bewind wordt ingesteld ter bescherming van een persoon die meerderjarig is, maar niet goed in staat is om zijn eigen financiën te beheren. Een bewindvoerder neemt de financiële beslissingen voor degene van wie het vermogen onder bewind (de betrokkene) is gesteld. De betrokkene kan dus niet zelfstandig over zijn vermogen beschikken zonder medewerking van de bewindvoerder. Het bewind kan tijdelijk zijn en kan worden opgeheven als de betrokkene (weer) zelfstandig kan handelen.
- Minderjarigenbewind (Boek1): Minderjarige kinderen mogen volgens de wet niet zonder meer zelf over hun geld beslissen; dat doen de ouders of als zij geen ouders hebben hun voogd. Vanaf 18 jaar kunnen kinderen als jongmeerderjarigen dat wel en vervalt de bescherming van de ouders of voogd automatisch. Het minderjarigenbewind is te beschouwen als een leer- en educatief bewind voor de minderjarige en de betrokkene wordt ruimte geboden voor persoonlijke ontwikkeling. Dit in tegenstelling tot een testamentair bewind dat juist alleen een beschermingsbewind is.
- Testamentair bewind (Boek 4): Dit bewind wordt ingesteld bij testament. De erflater bepaalt in zijn testament dat het geërfde vermogen onder bewind staat. De door de erflater in zijn testament benoemde bewindvoerder beheert de erfenis en de erfgenaam kan hier niet zelfstandig over beschikken zonder toestemming van de bewindvoerder. Dit bewind kan voor een langere periode gelden, soms levenslang.
Wanneer verschillende vormen van bewind samenkomen, betekent dit dat de betrokkene voor verschillende delen van zijn vermogen afhankelijk kan zijn van meerdere bewindvoerders. Als een erfgenaam meerderjarig wordt, maar zijn vermogen staat vervolgens onder testamentair bewind dan kunnen zijn mogelijkheden met betrekking tot de erfenis beperkter zijn geworden. Het is belangrijk hiermee bij het instellen van een testamentair bewind rekening te houden en de bevoegdheden van de bewindvoerder daarop af te stemmen.
Wanneer wordt testamentair bewind ingesteld?
Testamentair bewind wordt ingesteld wanneer de erflater van mening is dat de erfgenaam (nog) niet in staat is het geërfde vermogen te beheren of de vrees heeft dat het opgaat aan de schulden van de erfgenaam. Ook indien de ouders van minderjarige erfgenaam gescheiden zijn en de erflater wil niet dat de andere ouder – de ex-partner – het beheer krijgt over de nalatenschap. Een derde wordt dan aangewezen om toezicht te houden over het nagelaten vermogen.
Bevoegdheden van een testamentair bewindvoerder
Een testamentair bewindvoerder heeft in principe toestemming nodig van de erfgenaam of de kantonrechter voor belangrijke beslissingen over het vermogen. Echter, de erflater kan in het testament vastleggen dat de bewindvoerder zelfstandig mag handelen. Dit betekent dat andere (beschermings-)bewindvoerders of de kantonrechter minder invloed hebben op dit deel van het vermogen en er dus minder controle is. De rechtsbescherming van de erfgenaam kan hierdoor worden beperkt. Het is dus belangrijk om de bevoegdheden van de testamentair bewindvoerder goed in het testament te regelen.
Bewind over het vermogen van een minderjarige erfgenaam
Wanneer een minderjarige een erfdeel ontvangt, kan hierover, zoals hiervoor gezegd, in het testament bewind worden ingesteld. Een bewindvoerder beheert dan het nagelaten vermogen en de minderjarige of zijn wettelijke vertegenwoordiger, zoals een ouder, heeft dan geen vrije beschikking over de erfenis.
Een wettelijke vertegenwoordiger kan het verzoek doen om een uitkering uit het onder bewind gestelde vermogen in verband met kosten van opvoeding en onderhoud van de minderjarige erfgenaam. De rechter beoordeelt dan of de erflater voldoende in deze kosten heeft voorzien en in hoeverre de wettelijke vertegenwoordiger zelf financieel verantwoordelijk is om die kosten te dekken.
Als de bewindvoerder niet transparant is over het beheer van het vermogen, kan de wettelijke vertegenwoordiger via de rechter inzage eisen. Gebrek aan transparantie kan een reden zijn om de bewindvoerder te laten vervangen. Hiervoor zal een procedure moeten worden gestart.
Verdeling van een nalatenschap onder bewind
Als er sprake is van een onverdeelde nalatenschap, kan de bewindvoerder van het testamentair bewind de verdeling hiervan vorderen. Echter, als er tevens sprake is van een beschermingsbewind, moet de bewindvoerder van het beschermingsbewind hiervoor toestemming geven. Indien deze toestemming ontbreekt, is goedkeuring van de kantonrechter vereist. Ook hiervoor moet een procedure worden ingesteld.
Opheffing van een testamentair bewind
Een erfgenaam kan onder bepaalde voorwaarden verzoeken om opheffing van het testamentaire bewind. Dit kan vijf jaar na het overlijden van de erflater. De erfgenaam moet aantonen dat hij zijn vermogen verantwoord kan beheren. De rechter kan het bewind dan beëindigen of de voorwaarden versoepelen, bijvoorbeeld door de erfgenaam toegang te geven tot een deel van het vermogen. Het is belangrijk zo’n verzoek aan de rechter goed voor te bereiden.
Gevolgen voor sociale voorzieningen en bijstand
Als vermogen onder bewind staat, kan daarover in beginsel niet vrij worden beschikt. Wanneer iemand met een vermogen dat onder bewind is gesteld een bijstandsuitkering ontvangt, dan kan de gemeente eisen dat deze persoon stappen onderneemt om (vrije) toegang tot het onder bewind gestelde vermogen te krijgen, waaronder eventueel het instellen van een gerechtelijke procedure. De rechter zal dan beoordelen wat de bedoeling van het bewind is en of er eventueel een deel van het vermogen moet worden vrijgegeven. Bij het instellen van testamentair bewind is het belangrijk om met deze situatie rekening te houden.
De gemeente kan zelfs verstrekte bijstand terugvorderen als blijkt dat de betrokkene feitelijk of redelijkerwijs over het vermogen – vrij – kan beschikken. Dit kan tot 20 jaar na de bijstandsverlening worden teruggevorderd.
Tot slot
Testamentair bewind is een krachtig middel om te zorgen voor de bescherming en het beheer van vermogen, maar het roept ook vragen op over de rechten en vrijheid van erfgenamen. Het is essentieel dat zowel de erflater als de bewindvoerder zich bewust zijn van de gevolgen en de bevoegdheden die hierbij komen kijken. Gedegen voorbereiding en goed advies zijn dan ook onmisbaar bij het opstellen van een testament, het indienen van een verzoek tot opheffing van het bewind of indien verweer gevoerd moet worden tegen aantasting van het onder bewind gestelde vermogen. Als erfrechtdeskundige ben ik u hierbij graag van dienst.